Zo cliché

Vandaag schrijf ik een blogje dat bol staat van de clichés. Maar clichés zijn niet voor niets clichés. Ze kloppen (meestal) en zeggen onomstotelijk waar het op staat. Clichés zijn gezegdes en gewoontes die we vaak herhalen.

Een van mijn gewoontes is dat ik vooral ’s nachts schrijf. Zo rond een uur of drie à vier beleef ik mijn piek. Geen flauw idee waarom. Misschien ben ik gewoon een nachtmens. Dus hier zit ik dan, midden in de nacht tussen twee dekens, een sjaal om, skisokken aan en een capuchon op mijn kop. Ik durf het bijna niet te schrijven, maar ik heb ook handschoenen aan (tikt veel makkelijker dan je zou denken).

‘Een kikker in mijn buik’ is een grote ontdekkingsreis. Een reis die ik voor geen goud wil(de) missen. Al had ik geen idee waar ik een paar maanden geleden aan begon. Ik ben in het diepe gesprongen. Niet dat ik mijn boek in een opwelling heb uitgegeven, want die wens had ik al jaren. Maar ik had nooit durven dromen of kunnen verwachten dat het zo’n succes zou worden.

De interviews in de media. De reacties van lezers vol van herkenning en erkenning. Binnenkort misschien televisie-opnames. Uitnodigingen om te spreken op congressen. En nog meer interviews. Een eventuele derde druk. Ontmoetingen met boeiende en schitterende mensen.

Maar zoals dat met alles werkt, is er ook in dit avontuur een onvermijdelijke keerzijde van de medaille. Toen het eventjes rustig werd, dacht ik dat ik tijd kreeg om op te laden. Niets was minder waar. De echte ontlading stond voor de deur. En dat heb ik geweten. Ik was bijna vergeten dat een mens zoveel kon huilen. Even wist ik niet wat ik daarvan moest vinden. Riep ik hier een tijdje terug nog ‘kom maar op, ik ben er klaar voor’, nu voelde ik mij verre van sterk.

Had ik het dan toch niet allemaal verwerkt? Jawel. Had ik dan verwacht dat ik ‘Een kikker in mijn buik’ zomaar in de boekenkast kon zetten zonder er nog naar om te kijken? Nee, dat zou een illusie zijn. Was het dan geen goed teken dat het boek zoveel aandacht kreeg? Ja, juist wel.

Het trauma is verwerkt, maar daar wordt het niet minder erg van. Het slijt niet. En het went nooit dat ik mijn ziel heb blootgelegd. Het wordt ook niet gewoon om erover te praten. Door het grote succes van ‘Een kikker in mijn buik’ word ik er steeds weer mee geconfronteerd. Met die kinderkanker en alle gevolgen van dien. Ik schrik nog steeds als iemand mijn boek in de handen drukt om het te signeren. Als ik email- of twitterberichten van lezers over mijn verhaal lees. Of als op een feestje plots gevraagd wordt hoe de verkoop van het boek loopt. Op de meest onverwachte momenten word ik geconfronteerd met mijn eigen geschiedenis. De echte klap komt vaak pas later, als ik alleen ben. Toch is er geen haar op mijn hoofd die spijt heeft van het boek. Want het heeft veel mensen herkenning en steun gebracht, en mij erkenning.

Maar hoe vaak ik ook op een congres mag spreken. Hoe vaak ik ook een interview doe. Hoe vaak ik ook een compliment krijg op mijn boek. En hoe groot het succes van ‘Een kikker in mijn buik’ ook mag worden. Het zal allemaal nooit een gewoonte worden. En daarom sluit ik dit clichéblogje af met een gezegde waar ik mij niet in kan vinden: tijd heelt niet alle wonden.

One thought on “Zo cliché

  1. Goed en duidelijk stukje, Valerie. Bij ons is het nog niet zo lang geleden als bij jou. Maar vrees dat je gelijk hebt.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *